Make your own free website on Tripod.com
tahereh
tahereh
Tahirih's gedichten
De hele wereld is verlicht

Waarlijk, op bevel van de Ochtend van Leiding zwelt de bries aan
De hele wereld is verlicht; iedere horizon; ieder volk
Niet langer zit de Shaykh in de zetel van hypocrisie
Niet langer verwordt de moskee tot een winkel waar heiligheid te koop is
De streng van de tulband zal bij de wortel worden afgesneden
Geen Shaykh zal blijven, noch glitter, noch heimelijkheid
De wereld zal verlost worden van bijgeloof en ijdele waan
De mensen zullen vrij zijn van teleurstelling en verleiding
Tirannie komt voor de rechter
Onwetendheid zal verdrongen worden door kennis
Het tapijt van gerechtigheid zal overal worden uitgespreid
En het zaad van vriendschap en eenheid zal alom worden gezaaid
De valse bevelen zullen worden uitgeroeid
Het principe van oppositie zal worden vervangen door dat van eenheid.
[~ Noghabai, "Táhirih", pag. 152 ~]

Op het pad van uw liefde
Op het pad van uw liefde

Het volgende gedicht, dat geschreven is in een stijl die overeenkomt met die van Rúmí in Divan-i Shams-i Tabríz, is een voorbeeld van de extase die we in Táhirih's poëzie vinden. Ik zal er een klein stukje uit citeren:

Op het pad van uw liefde,
O Idool, word ik bekoord door foltering
Hoe lang zult u mij nog negeren,
ik ben door verdriet overmand
Mijn gezicht gesluierd,
mijn haren uit mijn hoofd getrokken
Heb ik mijzelf afgescheiden van de gehele schepping
Gij zijt het licht,
gij zijt de sluier,
gij zijt de maan,
gij zijt de horizon.
[~ Noghabai, "Táhirih", pag. 154 ~]

verlangen naar de marteldood
verlangen naar de marteldood

Het volgende gedicht brengt Táhirih's verlangen naar de marteldood tot uitdrukking:

Ik verblijf in het land van uw liefde,
niemand verleent mij een gunst
Zie eens wat voor een vreemdeling ik ben,
Gij die de Koning zijt van het land
Bega ik een zonde,
O Idool, wanneer ieder woord dat ik spreek
verhaalt van het mysterie van uw liefde?
Zonder mij af, dood mij, behandel mij onrechtvaardig
De tijd van geduld is voorbij,
hoe lang zou ik scheiding kunnen verdragen?
Wanneer mijn gehele wezen,
gelijk een holle rietstengel, een droevig verhaal vertelt
De rede kan u niet bevatten,
zielen sterven door de gedachte aan u
Iedereen aan de deur van het bestaan is niets,
gij zijt de hoogste
Wanneer de wind het nieuws brengt van hun vernietiging
Gezichten verblekend en ogen vullend met tranen,
wat zou dan uw verlies zijn?
Uit medelijden komt u 's ochtends aan mijn bed,
ik vlieg met vleugels en handen
Als u iemand van deze plaats redt,
dan zult u haar naar de plaatsloze plaats brengen
Dan zal mijn ziel de wereld loslaten,
want u bent de schepper van alle zielen.
[~ Noghabai, "Táhirih", pag. 159 ~]

De slaven van smachtende liefde
De slaven van smachtende liefde

E.G. Browne heeft Táhirih's beroemdste Ghazal vertaald. Het was een antwoord op het huwelijksaanzoek van Násiri'd-Dín Sháh (Browne, "Materials for the Study of the Bábí Religion", pag. 348-349). Het eerste deel is gericht aan de Báb als de Geliefde. Het tweede deel is Táhirih's antwoord aan de Sjah.

De slaven van smachtende liefde
worden bijeengehouden door banden van pijn en rampspoed
Uw geliefden geven, met gebroken hart,
hun leven in hun ijver voor u.
Hoewel mijn Geliefde met het zwaard in de hand
staat met de bedoeling om te slaan,
ofschoon ik zonder zonde ben,
Als het hem behaagt, deze gril van een tiran,
dan ben ik tevreden met tirannie.
Terwijl ik lag te slapen
bij het aanbreken van de dag
kwam deze wrede tovenaar bij mij,
En ik meende in zijn gracieuze gestalte
en gezicht de dageraad van de ochtend te zien.
Zijn haren geurden welriekend naar muskus van Cathay
Terwijl zijn ogen een geloof vernietigde
dat zelfs door de heidense Tartaren
tevergeefs werd aangevallen.
Wat moet ik nu met u?
U, die zowel de liefde als de wijn
voor de kluizenaars cel en de dwaas' graf veroordeelt.
En die ons goddelijk Geloof houdt voor ketterij.
De krullende haren van uw geliefde,
uw zadel en uw hengst zijn uw enige zorg;
In uw hart is geen plaats voor de Absolute,
noch voor de gedachte aan de arme's armoe.
U zij de pracht en praal van Sikandar,
voor mij het kleed van de Qalandar en zijn manier van leven.
Het ene, zo het u behaagt, wijs ik af,
het andere, hoewel slecht, is genoeg voor mij.
Reik verder dan de rang van "Ik" en "Wij",
en kies als woonplaats Niemandsland;
Want als u dat gedaan hebt,
zult u het opperste geluk verkrijgen.

dag is een, nacht twee
dag is een, nacht twee

Het volgende gedicht is waarschijnlijk het laatste dat Táhirih heeft geschreven. Het verwijst naar haar verhoor door de twee mujtahids die haar doodvonnis tekenden. Het gedicht weerspiegelt teleurstelling maar geen wanhoop; desillusie maar geen verlies van visie. Ik citeer maar een klein stukje:

In de mondhoek een enkele schoonheidsstip;
twee zwarte vlechten
Voor de vogel van het hart slechts
een graankorrel en twee strikken
Een agent, een shaykh en ik;
het gesprek gaat over liefde
Hoe kan ik hen antwoorden;
een gekookt en twee rauw?
Voor het gelaat en de lokken van het Idool
zijn mijn dagen als nachten.
Ach, mijn arme dagen;
dag is een, nacht twee...
(Noghabai, "Táhirih", pag. 152)
SiteMap
Home
English
Nederlands
Farsi
Images

Over Tahirih's Poëzie
De uniciteit van Táhirih als vrouwelijke godsdienstleider kan worden afgeleid uit haar poëzie. Voor we echter deze gedichten nader gaan bestuderen moeten we eerst bepalen welke van de haar toegeschreven gedichten ook werkelijk authentiek zijn.

Het grootste deel van de Bábí documenten werd tijdens de massamoorden van 1852 vernietigd, hetgeen inhield dat de poëzie van Táhirih vaak alleen mondeling werd overgeleverd en dus gevoelig voor allerlei veranderingen en variaties die dat proces nu een keer met zich meebrengt.

Enkele van de gedichten die aan haar waren toegeschreven werden inderdaad geschreven door anderen. Moslim geleerden hebben echter aangetoond dat dit gedicht oorspronkelijk werd geschreven door de dichter Muhammad Báqir Suhbat uit Lar, in wiens collectie het hele gedicht (met enkele veranderingen) voorkomt (Ishaque, "Four Eminent Poetesses of Iran", pag. 32).
Táhirih heeft waarschijnlijk uit dit gedicht geciteerd toen ze naar de Báb schreef en heeft het zo goed als zeker niet zelf geschreven.

De meeste van haar gedichten zijn Ghazals geschreven in de Kamil meter. Táhirih schreef in een zeer klassieke en moeilijke stijl, waarbij ze veelvuldig gebruik maakte van ongebruikelijke Arabische zinswendingen. Moderne schrijvers betitelen haar vaak als bombastisch. Het moet echter gezegd dat niet een van die zinswendingen het spontane ritme van haar poëzie verstoort.

Haar gedichten zijn vaak extatisch en inspirerend, met een fraai ritme en een prachtige dictie. De meest gebruikte thema's in haar poëzie zijn haar extatische liefde voor God en Zijn Manifestatie, haar fascinatie voor lijden en martelaarschap; haar Messiaanse ijver voor en apocalyptische verwachtingen van de vernieuwing van de maatschappelijke orde; haar vijandigheid tegenover de traditionele geestelijkheid. en haar grote respect voor de intellectuele vrijheid die volgens haar door de nieuwe beschikking wordt gebracht.

Zulke revolutionaire en anti-clericale thema's waren nog nooit in Iraanse poëzie gebruikt - door mannelijke noch vrouwelijke dichters. Pas vijftig jaar later, tijdens de constitutionele revolutie, kwam dit soort literatuur tot grote bloei.